gulls
Elsie
23-07-2018
Julie
floot
Julie
Daan
Cato
elm
unknown man at central station
Pilot
snowberry
city park
visitor from Russia
Nikel
Murmansk
Katja
Tom
English teacher
security officer
kitchen mouse
two discarded mattresses
unknown man
protected body
NightTown girl
Shadow of a man
6-8-2018
man at a busstop in Brussels
17-5-2018
Ilse
conference chair
oil on water
poppy
Elsie
pigeons
Elsie
Daan
Gerben and Willemijn
asphalt
at the back of the city
Evelien
Ringers place
Leo
living room window
Erica
fog
Zoë
rain on water
Pieter
sapiens
two people
woman at central station
933
sex
man with a medal
fingertips
free Balisto bars
Gerdesia
Christiaan
at the studio
1994
smoker
no man's land
father and son
no stickers
Gijs
Jeroen
poppy
Diana
29-08-2019
Evert
casual things
unknown woman
shadow af a black cat
Elsie
view
Justin
Chris
vision
old cat
homeless child
child at home
sterlings
Friesland
man at a homeless shelter
Nevsky Prospect

Biography/statement

Op 7 maart 1975 werd ik in Rotterdam geboren. Mijn vader, Leo de Jong, was kunstschilder en heeft een duizelingwekkende hoeveelheid krachtige abstracte en figuratieve schilderijen gemaakt. Mijn moeder, Erica van Nierop, was ook kunstenares en maakte veel tekeningen en collages. Rond mijn 14e begon ik met fotograferen. Ik maakte zwart/wit foto’s van mensen, dieren en plekken in mijn directe omgeving. Ontwikkelen en afdrukken deed ik zelf in de donkere kamer die mijn vader voor mij had geïnstalleerd. Ik was vastbesloten om fotojournalist of zelfs oorlogsfotograaf te worden. Ik was geïnspireerd door fotografen als Don McCullin, Peter Martens, Josef Koudelka, W.Eugene Smith en Henri Cartier Bresson. Na een paar jaar kwamen Ed van de Elsken, Johan van de Keuken, Robert Frank en Anders Peterson erbij als favorieten.
In 2000 studeerde ik af aan de Gerrit Rietveld academie in Amsterdam. Tijdens deze opleiding ben ik onder invloed van het werk van Craigie Horsfield, Koos Breukel, August Sander, Diana Arbus en Lucian Freud het portret als genre gaan waarderen. Ik studeerde zelfs af met een serie portretten die ik in Amsterdam op straat maakte.
Ik had een oude Crown Graphic grootformaat camera die ik op een statief op zorgvuldig gekozen plaatsen in de stad neerzette. Dan keek ik naar de gezichten van de voorbijgangers. Als er iemand aankwam die mij op de een of andere manier opviel dan nodigde ik hem/haar uit om plaats te nemen voor de camera. Door het stilzitten (een voorwaarde voor een scherpe foto) ontstond er ondanks de drukte van de stad om ons heen een geconcentreerde verstilde stemming. Op het vluchtige moment dat ik de mens achter het gezicht kon te zien maakte ik de foto. Later kon ik op de contactafdrukken uren bezig zijn met het vergelijken van de fijne nuances in de gezichtsuitdrukkingen om te bepalen wat ik de beste opname vond.
Na de academie begon ik portretten in opdracht voor verschillende kranten en tijdschriften te maken en af en toe kreeg ik een langer lopende opdracht. Later ben ik met mijn vriendin terug naar Rotterdam verhuisd, waar onze zoon en dochter geboren werden.

Iedere foto is als een entree naar een onbekende wereld, als een verhaal zonder begin of einde, dat zich kan ontvouwen in de verbeelding.

Mijn fotografie ontstaat meestal uit een tamelijk ongecontroleerde manier van werken. Beslissende momenten laat ik over aan de kronkelige weg van intuïtie, het gevoel en het toeval. Als een speelbal kan ik mij zo tussen alledaagse krachten bewegen.
Ik vraag mij af in hoeverre ik mij wil laten leiden door omstandigheden en wanneer het tijd is om meer volgens plan en organisatie te werken.
Als ik alleen volgens plan zou werken dan zou ik vervreemd kunnen raken van de reële wereld. Ik zou mijn onderwerpen minder goed kunnen aanvoelen en de wereld zou steeds beperkter en kleiner worden. Als ik mij daartegenover alleen laat leiden door omstandigheden, gemoedstoestanden en toevalligheden dan zou mijn werk kunnen verzanden in een ongecontroleerde berg foto's. Fotograferen is balanceren tussen deze twee benaderingen.
Tijdens een projectreis naar Murmansk in noord Rusland in 2004 kwam ik dit probleem op een eenvoudige manier tegen. Rusland, en met name deze grootste stad boven de Poolcirkel waar de zon niet ondergaat in de zomer en niet opkomt in de winter, sprak enorm tot mijn verbeelding. Ik was in de veronderstelling dat de mensen daar allemaal fantastisch zouden zijn en geweldige koppen zouden hebben om te portretteren. Het landschap zou raadselachtig mooi zijn, precies zoals ik het altijd al wilde hebben. Ik had de serie al ontworpen, het moest alleen nog gefotografeerd worden. Toen ik daar aankwam bleken de meeste ideeën waarmee ik naar het noorden was afgereisd niet te bestaan en als ze wel bestonden, dan kon ik daar om de een of andere reden toch niet de foto van maken die ik thuis voor ogen had. Hoe harder ik volgens mijn plan doorwerkte, hoe meer ik zag dat het niet klopte. Het paste gewoon niet in de dagelijkse realiteit van Murmansk. Op het moment dat ik het vooropgestelde plan los kon laten ontstond er ruimte voor mijn ongecontroleerde gevoelige en intuïtieve zoektocht naar specifieke waardevolle beelden. Natuurlijk waren de mensen fantastisch en de landschappen waren inderdaad ook raadselachtig mooi, maar op een andere manier dan ik mij had kunnen voorstellen.
Zo was ik een andere keer eens op bezoek bij mijn oude buurman in Rotterdam omdat ik hem graag wilde portretteren. Hij was 70 jaar. Hij had zijn leven gewijd aan het bouwen van een zeilschip met elektromotor en twee masten, waarmee hij de wereldzeeën wilde bevaren. Toen ik bij hem was maakte ik een paar portretten van hem en toen zijn oude kat binnenkwam maakte ik ook een foto van zijn oude kat. In die laatste foto is niets meer van het zeilschip en de wereldreis te zien, maar ik vind het nu wel de mooiste foto omdat het een stil en teder moment is. Ik had deze foto onmogelijk kunnen voorzien.

Ik werk graag aan lang lopende projecten waarbij ik mij in een bepaalde plek kan verdiepen en inleven.
Foto's moeten een autonome kwaliteit hebben, zodat het beeld voor zichzelf kan spreken. Ik wil mijn werk graag publiceren in de vorm van verzamelingen analoge afdrukken, diapresentaties met geluid en in boekvorm.


I was born in Rotterdam on March 7, 1975. My father, Leo de Jong, was a painter and has made a staggering amount of powerful abstract and figurative paintings. My mother, Erica van Nierop, was also an artist and made many drawings and collages. I started taking photographs around the age of 14. I took black and white photos of people, animals and places in my immediate area. I did the development and printing in the dark room that my father had installed for me. I was determined to become a photojournalist or even a war photographer. I was inspired by photographers such as Don McCullin, Peter Martens, Josef Koudelka, W. Eugene Smith and Henri Cartier Bresson. After a few years, Ed van de Elsken, Johan van de Keuken, Robert Frank and Anders Peterson were added as favorites.
In 2000 I graduated from the Gerrit Rietveld academy in Amsterdam. During my education I started to appreciate the portrait as a genre, while I was strongly influenced by the work of Craigie Horsfield, Koos Breukel, August Sander, Diana Arbus and Lucian Freud. I even graduated with a series of portraits that I made on the street in Amsterdam.
I had an old Crown Graphic large format camera that I placed on a tripod at carefully selected places in the city, where I went to look at the faces of passers-by. When someone arrived who somehow caught my eye, I invited him / her to take a seat in front of the camera. Sitting still (a condition for a sharp photo) created a concentrated, still mood despite the bustle of the city around us. At the fleeting moment that I could see the person behind the face, I took the photo. Later, on the contact prints, I could spend hours comparing the fine nuances in the facial expressions to determine what I thought was the best shot.
After the academy I started making commissioned portraits for various newspapers and magazines and occasionally I got a longer running assignment. Later I moved back to Rotterdam with my girlfriend, where our son and daughter were born.

Every image is like an entrance to an unknown world, like a story that can unfold in the imagination.

My photography usually comes from a rather uncontrolled way of working. I leave decisive moments to the winding road of intuition, feeling and chance. Like a toy, I can move between everyday forces.
I wonder to what extent I want to be guided by circumstances and when it is time to work more according to plan and organization.
If I only worked according to plan, I could become alienated from the real world. I could feel my subjects less well and the world would become increasingly limited and smaller. On the other hand, if I only let myself be guided by circumstances, states of mind and coincidences, my work would get stuck in an uncontrolled pile of photos. Photography is a balancing act between these two approaches.
During a project trip to Murmansk in northern Russia in 2004 I came across this problem in a simple way. Russia, and in particular this largest city above the Arctic Circle where the sun does not set in the summer and does not rise in the winter, appealed to my imagination enormously. I was assuming that the people there would all be fantastic and have great faces to portray. The landscape would be enigmatically beautiful, exactly as I always wanted it to be. I had already designed the series, it just had to be photographed. When I arrived, most of the ideas I had traveled to the north for, turned out not to exist. And if they existed, I couldn't take the photo I had in mind for some reason. The harder I worked according to my plan, the more I saw that it was not working. It just didn't fit into Murmansk's daily reality. The moment I was able to let go of the proposed plan, there was room for my uncontrolled sensitive and intuitive search for specific valuable images. Of course the people were fantastic and the landscapes were indeed enigmatically beautiful, but only in a different way than I could have imagined.
Another time I visited my old neighbor in Rotterdam because I wanted to portray him. He was 70 years old. He had devoted his life to building a sailing ship with electric motor and two masts, with which he wanted to sail the world's oceans. When I was with him I made a few portraits of him and when his old cat came in I also took a picture of his old cat. In the last photo nothing can be seen anymore of the sailing ship and the world voyage, but I think it is now the most beautiful photo because it is a quiet and tender moment. It was completely unforeseen that I would take such a photo that day.

I enjoy working on longer-term projects that allow me to delve into and empathize with a certain place.
Photos must have an autonomous quality, so that the image can speak for itself. I would like to publish my work in the form of collections of analogue prints, slide presentations with sound and in book form.